Getuigenis van Rob Meijers

We hebben een geweldige God, die van ons en van mij houdt. Elke avond, soms 2x per dag, bid ik psalm 103, waarin te lezen staat: en vergeet niet een van Zijn weldaden en Hij genees u van alle krankheden of in beter Nederlands: van alle ziekten. De volgende episodes uit mijn leven zullen daarvan getuigen, dat Hij toen-nu en in de toekomst er altijd zal zijn. 

Het moet in het jaar 1943-1944 geweest zijn, dat er bij mij difterie werd geconstateerd. Een zeer besmettelijke ziekte in de keel, die vaak dodelijk is. De ijlings toegesnelde huisarts dokter Piet Mignon in Utrecht, bracht een dik slangetje in mijn keel, zodat ik kon blijven ademhalen. In die tijd bestond er nog geen vaccinatie met antibiotica, het was al wel in het gebruik bij de Amerikaanse militairen in Europa gedurende WO 2.                                                            

Ik moest in quarantaine blijven tot herstel weer mogelijk was. Een aardige bijkomstigheid was, dat aan onze bakkerij/winkel een groot plakkaat werd opgehangen met de mededeling over deze besmettelijke bacteriële infectie ziekte.                                                                                                        

De moffen (excuse le mot) liepen er met een grote bocht om onze bakkerij heen  en de onderduikers in ons huis werden nog eens extra beschermd. Hierin zie ik nu weer duidelijk de hand van de Heer. Hij genas mij van de ziekte en beschermde de onderduikers. Dit voorval is onlangs door mijn broer van 94 jaar aan mij bevestigd. En ook jaren geleden door mijn zuster, die hopelijk bij de Heer is.                                                           

Tijdens de oorlog in het jaar 1943-1944, waren zoals vermeld onderduikers (politie agenten) bij ons ondergedoken. Deze personen spraken veelvuldig over die: rot moffen. Ik kraamde, 6-7 jaar oud, deze kreten te pas en te onpas uit ook op straat, tot vertwijfeling van mij moeder. Op een plein dicht bij ons huis wandelde ik met moeder en uit tegenstelde richting kwam een Duitse soldaat en ik kraaide de woorden: rot moffen. Zo luid, dat de soldaat zijn geweer op mij richtte. Mijn moeder sprong tussen beide en zei: hij weet niet wat hij zegt. Voldoende om de aanslag te voorkomen. Mijn moeder heeft dat op latere leeftijd aan mij verteld.                                                                                                                          

Ook hier was mijn moeder de beschermengel.

Weer een jaar later. Mijn opvoeding werd overgelaten aan winkelmeisje, die mij waste en in bed deed. Ik mocht s ’avonds niet meer buiten spelen. In mijn kamertje, met uitzicht op de straat, schoof ik het raam omhoog om te zien hoe mijn vriendjes buitenspeelden. Ik boog zover over de vensterbank om nog meer te zien, dat ik dreigde van 1 hoog naar beneden op de straat te vallen. Weer op zo’n moment kwam het dienstmeisje binnen en kon mij op laatste moment vastpakken en naar binnen halen. Ook dit verhaal is mij door mijn moeder verteld. Wederom de hand van de Heer, in de vorm van een engel.


Een paar jaar later. Het kan 1946-1947 geweest zijn, dat ik in het diaconessenziekenhuis in Utrecht werd opgenomen met een appendicitis of in gewoon Nederlands een blindedarm ontsteking waar nadien een buikvlies ontsteking bij kwam. Vanwege de hoge koorts ben ik in de avond mijn bed uitgegaan om water te drinken. Ik had later niet meer de kracht om het bed weer in te klimmen. Een verpleegster vond mij verkleumd op de grond liggen. Er was weinig tijd meer over of ik was er niet meer geweest. Dit verhaal is voor mij een schimmig gebied, maar wederom door mijn zuster en broer bevestigd. De verpleegster moet een engel van de Heer geweest zijn. En vergeet niet een van zijn weldaden.  

Ik sla even vele jaren over. Het kan in 1965 geweest zijn, dat ik met de motor een ongeluk kreeg op de snelweg in de buurt van Utrecht. Veel materiele schade en zelf geen noemenswaardig letsel, alleen schik. Ook hier de hand van de Heer. Vergeet niet een van zijn weldaden. Ik sla opnieuw vele jaren over. Het kan zijn, dat ik nog belangrijke dingen vergeten ben, maar die komen later misschien terug in mijn herinnering.  

We schrijven het jaar 1985. Een voorval, dat ik voor de eerste keer, in mijn leven, heel intens en met overtuiging met God heb gepraat. Het was slechts een rooms katholiek gebedje, dat mij in de kerk bij was gebracht. Ik zat nog volop, als microbiologische analist, in het arbeidsproces. Met mijn collega waren wij bezig cellen te infecteren met het HIV- virus. Dit virus is zoals de meeste mensen weten, verantwoordelijk voor aids.                                             

Op een prachtige zomermiddag gingen mijn collega en ik kanoën op de Loos-drechtse plassen, om een oversteek te maken naar de z.g. Stille plas richting Tienhoven. Het was windstil, maar in de middag werd een onweersfront ver-wacht. Al peddelend kwamen wij in een prachtig natuurgebied met unieke vegetatie. Varend tussen waterlelies, watergentiaan en waterdrieblad en langs een oude watermolen genoten wij volop op onze vrije middag. Eerder dan verwacht begon de lucht te betrekken en het werd donkerder. We besloten terug te keren naar onze haven op ca 3 kwartier varen of onder een brug het geweld af te wachten. Mijn collega besloot uit ervaring door flink te peddelen konden wij de oversteek veilig bereiken.                                                     

Echter al na 10 minuten werden wij verrast door de snelheid van een ons achter-opkomend onweer. Het begon ons in te halen en dat verontruste ons. Het peddel  tempo ging omhoog, het ritme werd niet beter. Met enkele forse misslagen. De hemel begon er als de zondvloed uit te zien en werd zwart-geel en groen een onheil spannend gevoel maakte zich van ons meester. De haven leek niet meer bereikbaar. De golven werden schuimkoppen door de almaar aanwakkerde wind en leken op een mini tsunami. De regen kwam met bakken uit de hemel naar beneden: onweer en bliksem waren niet van de lucht. De kans om als bliksemafleider te gaan functioneren en zo getroffen te worden was opeens levensgroot aanwezig. Wij waren doorweekt en de kano liep vol. 

We naderden  een rietlandje op het grote meer. Nog enkele peddelslagen…. en we konden ons vastklampen aan rietstengels en oude takken. Het zicht was op dat moment niet meer dan tien meter. We zagen de bliksem inslaan op de bomen aan de vaste wal. Op dat angstige moment besloot ik- voor de eerste keer in mijn leven- God aan te roepen en zijn genade te vragen om mijn collega en ik te sparen en ons weer veilig in de haven te loodsen. Ik heb hoorbaar gebeden. Door moeilijke omstandigheden leren wij God en onszelf kennen. We leren volharden en te gehoorzamen. Wees daarom altijd vol goede moed, in elke omstandigheid. Raak niet in paniek. Uw Hemelse Vader weet ervan. Deze woorden heb ik niet gebeden, ik was nog geen wedergeboren christen.           

Een korte tijd na dit simpele  gebed, trok het noodweer verder. Aan de hemel en om ons heen, zag ik klauwen als van roofvogels. Opeens hoorden wij boven het lawaai van het natuurgeweld uit, het geluid van motorbootjes en werden gezocht. Vanuit het haventje had men onze nood waargenomen en werd groot alarm geslagen. Dit vertelde ons later de havenmeester. Doornat en kleunend van de koude wind en regen zijn wij in de leeg gehoosde kano en met stramme ledematen naar de haven teruggevaren.                                            

En Hij bracht hen in veilige haven staat in psalm 107: 23-30. En zij riepen in hun angst tot de Heer, Hij leidde hen weg uit vele gevaren. Hij bracht de storm tot zwijgen, de goven gingen liggen. Het verheugde hen. Hij bracht hen naar een veilige haven. Dit is exact, wat er die middag op het meer geschiedde. Wat God belooft, dat maakt Hij waar. Vertrouw op Hem, want je zult echt nooit bedrogen uitkomen. Hij bracht ons naar een veilige haven. Op het terrasje in de haven heb ik een grote beker met warme chocolademelk met slagroom in een teug leeggedronken.  


Op de terugweg naar huis zagen wij diverse omgewaaide bomen en veel water overlast. In nood leer je bidden heb ik mijn vader zaliger eens horen zeggen. Een paar jaar geleden kwam ik bij toeval in Tiel, diezelfde collega na 20 jaar weer tegen en ik vroeg hem of hij zich die barre tocht over de plassen nog kon herinneren. “Als de dag van gisteren”, zei hij. Van mij was het een foute keuze het meer over te steken. Ik vroeg hem: “Heb je mijn gebed ook gehoord”. “Nee, zei hij, want het stormde zo hard, ik kon jouw stem op een halve meter afstand niet verstaan”.                                                                                             

We begrijpen God vaak niet, maar Hij vraagt ons alleen te vertrouwen op Zijn aanwezigheid, leiding en macht. Niets loopt Hem uit de hand. Laten we daar- wat er ook gebeurt- maar gewoon op rekenen. Waar ik ruim twintig jaar later, nog spijt van heb, is dat ik God de Vader niet direct heb bedankt. Want ik zie het nu nog steeds als een wonderbaarlijke redding. Halleluja

We schrijven 2006 Locatie het haventje van Nieuwe Niedorp in Noord Holland. Ik was in het bezit van een klein Ten Broeke motorkruisertje met de naam Asjera.  Nu als christen weet ik, dat dit een foute naam is en uit het occultisme komt en in de Bijbel werd zij aanbeden. Die naam kan geen voorspoed geven leert de Bijbel= is afgoderij. Op een winterse dag in december wilde ik de boot winterklaar maken en voorzien van een groot zeil. Het mastje moest gedemonteerd worden enz.  Met mijn handen vol liep ik over het gangboord en verloor mijn evenwicht.  Met een flinke smak kwam ik in het ijskoude water terecht en kopje onder.  Met het houten mastje kwam ik weer boven, herinner ik mij.  Mijn eerste gedachten waren, wie vindt mij en wanneer, hoe kom ik op de steiger. Kleding zwaar en nat. Op de steiger klimmen was vanwege de hoogte onmogelijk. En staan, niet mogelijk, te diep. Voor de tweede keer in mijn leven bedacht ik mij, als niet christen, ga bidden. Hulp was niet aanwezig. Ik was de enige in het haventje, dus roepen of gillen zou geen effect hebben. Ik deed een simpel gebedje, als je het een gebed mag noemen. Alsof ik een bericht van Boven kreeg, die zei: kijk eens om je heen. En zowaar op een 20 meter afstand lag een boot met een zwemtrapje. Ik zwom erheen, uiterst langzaam. Ik klom op het trapje en op de boot en weer op een steiger. 

Ik was gered. Op de steiger heb ik heel hard gelachen en staan bibberen van angst en kou en van emotie. In mijn boot lagen nog diverse droge kledingstukken, die ik aan kon trekken. Ook toen heb ik de Heer, nadien niet bedankt. Thuis gekomen heb ik misschien wel een uur onder de douche gestaan op weer leven te voelen. Ongelofelijk, hoe God in mijn leven de regisseur is geweest en met mij een werk is begonnen en dit gaat afmaken wat Hij begonnen is.                                   

Psalm 107 is ook hier weer van toepassing.


Tenslotte. Het fenomeen hoofdpijn. Iedereen, denk ik, heeft in zijn leven weleens hoofdpijn gehad. Vele tienduizenden mensen in Nederland en over de hele wereld, zelfs miljoenen, moeten dagelijks lijden onder dit lichamelijk en geestelijk ongemak. Ook ik, tot 2 december 2007. En zover ik mij kan herinneren, vanaf mijn 12 jaar in 1949. Mijn moeder heeft mij mee genomen naar onze huisarts en hem verteld over de hoofdpijn, die ik reeds op de lagere school ondervond. Onze huisarts zag geen reden een diepgaand onderzoek in te stellen en adviseerde mijn moeder, suikerklontjes mee te geven op school.                                            

Ik sla even heel veel jaren over. De hoofdpijnen zijn in die tijd niet verdwenen. In tegendeel. In een bepaalde periode 1974-1975 heb ik tabellen en lijsten bijgehouden en mijn leefpatroon opgetekend. Wat at ik die dag en de dag ervoor. Hoe was het drankgebruik of misbruik. Waren er stress perioden op het werk, er buiten of huiselijk. Hoe was mijn slaappatroon. Had ik een goed kussen om het hoofd op neer te leggen. Had ik voldoende rust en nam ik voldoende rust.      Matte ik mij af in sporten. Waren er spanningen n het huwelijk. Speelde het weer een rol van betekenis, met name barometer stijgingen of dalingen. Waren er chemische of biologisch invloeden of verontreinigingen in het lab waar ik werkte? En in welke hoeveelheden nam ik diverse soorten pijnstillers.                              

Deze notities heb ik enkele maanden volgehouden zonder een duidelijke aanwijzing. Er is een tijd geweest, dat ik bijna elke maandag rond 2 uur in de middag, zich de eerste symptomen openbaarden, waarbij ik een drukkend en droog gevoel in de neusholtes kreeg, waarna pijnstillers moesten worden geslikt. In heel erge gevallen moest ik overgeven. Lijkt op migraine zult u zeggen.                                

Het gevolg hiervan was: niet goed meer kunnen functioneren, absentie op het werk, geen colleges kunnen volgen en naar bed met nog weer een paar pijnstillers. Er waren ook dagen in de week, dat ik meerdere malen hoofdpijn had. Ook wel eens een week geen, maar het bleef nooit weg. Door mijn slikken van de vele pijnstillers in de loop der jaren zijn Etos en het Kruidvat miljonair geworden.                                                                      

Een jaar voor 2 dec. 2007 ben ik wedergeboren christen geworden. Gedoopt in Suriname, het 7 stappenplan doorlopen, huwelijks cursus bijgewoond, conferentie en genezingsdiensten bezocht, kortom: ik ben een totaal ander mens geworden. Wat is hier zo bijzonder aan? Wel op zondag 2 december 2007 zijn Greetje en ik naar een genezingsdienst van pastor Jan Zijlstra geweest. Een diepgelovige christen en bevlogen voorganger met de gave van genezing, in de gemeente in Leiderdorp.                                           

Aan het einde van die avond rond de klok van 00.30 uur ben ik als bijna laatste naar voren gegaan en werd voor mij gebeden door broeder Jan Zijlstra voor mijn onderbenen. Ja, ik lijd (nog steeds) aan poly neuropathie/fibromyalgie en Restless Legs symdrone.  Ja, zo dacht ik, tegen de hoofdpijn zijn nog pijnstillers voorhanden. Toch heeft hij met Greetje tegen mijn hoofdpijn gebeden.                                                            

Nu ben ik ca 10 jaar verder en sindsdien heb ik geen dag meer hoofdpijn gehad.                                                                                                

De Heer heeft mij genezen!!!!!!!!! Halleluja prijs de Heer. Er gaat geen dag voorbij of ik lees psalm 103. Daar staat:

Prijs de Heer, mijn ziel.                                                                              

Prijs mijn hart, Zijn heilige Naam.                                                                      

En vergeet niet een van zijn weldaden.                                                                   

Hij vergeeft u alle schuld,

Hij geneest u alle kwalen,

een andere vertaling zegt: van uw krankheden

Hij redt uw leven van het graf.                                                                                   

Hij kroont u met trouw en liefde.                                                                                

Hij overlaadt u met schoonheid en geluk.                                                                      

Uw jeugd vernieuwt zich al een adelaar. 

Amen